31 januari 2021Comments are off for this post.

Fuck corona.

Het is op, de rek is eruit, onze weerbaarheid brokkelt steeds meer af. 
Ik merk het bij de mensen die ik begeleid, 
bij de mensen rondom mij (die ik hoor, maar toch vooral niet zie)
ik lees het in de krant,
en merk het bij mezelf.

Voor- en tegenstanders van de maatregelen groeperen zich,
er wordt elkaar de les gespeld, elke dag meer,
geweld wordt ingezet.

Ik hoorde op het kinderjournaal deze week een deskundige zeggen
‘het is belangrijk dat we creatief blijven’ en voelde irritatie bij deze woorden.
In april 2020 waren we creatief, zochten we uitdagingen binnen veranderende grenzen.
Vandaag zijn we op, zijn we moe van het steeds weer zoeken, verliezen we motivatie, en missen we perspectief.

De voorbije maanden werd er gegoocheld met maatregelen. Sommige hielden al meer steek dan anderen. Logisch, we kenden het virus nog onvoldoende, we waren bang. In dat geval is het begrijpelijk om op veilig te spelen. Better safe then sorry.

Inmiddels leerden we het virus beter kennen, en kreeg onze angst en paniek de tijd om weer enigszins tot rust te komen. 
En toch, ondanks bijkomend onderzoek, ondanks meer inzicht en info, blijven we op automatische piloot veiligheidsgedrag stellen, blijven we maatregelen volgen die oorspronkelijk uiterst goed bedoeld werden genomen uit angst.

Velen zijn de maatregelen beu, zijn boos, gefrustreerd, en poneren steeds meer extreme standpunten over hoe alle maatregelen overbodig zijn. Laat ons duidelijk zijn, dit is niet helpend, en zorgt voor een pro vs anti, voor een zwart vs wit.

Eveneens niet helpend is het klakkeloos volgen van de maatregelen, zonder deze in vraag te durven stellen. 
Inmiddels is bij de meesten de eerste angst gaan liggen, en is er weer ruimte om op zoek te gaan naar rationaliteit. Laten we deze ruimte gebruiken.
Het lijkt me uitermate zinvol om onze energie die nog rest actief in te zetten op onderzoek dat aantoont dat maatregelen wel degelijk hun nut en functie hebben. Zo lang we geen sluitend bewijs hebben, neemt onze motivatie steeds meer af.

Neem bijvoorbeeld mondmaskers, ze beschermen ons als we ze goed gebruiken. Theoretisch gezien zonder twijfel dus een goed idee.
Theorie is echter geen praktijk. 
Inmiddels hebben we allemaal de kennis en weten we hoe we een mondmasker zouden horen te gebruiken. Helaas, kennis motiveert niet. De praktijk, de factor ‘mens’ moet mee omvat worden in het onderzoeken of de voordelen van bijvoorbeeld deze mondmaskers opwegen tegen de nadelen ervan. Als dit effectief zo is, gaan we er uiteraard gewoon mee door.

Er moet duidelijkheid komen over wat werkt en waarom het werkt. Er moet ook toegegeven kunnen worden wat niet werkt, en wat we dus gerust achterwege mogen laten. Enkel zo kunnen we volhouden. De minste twijfel haalt onze motivatie onderuit.

Om een antwoord te vinden op de vraag of de maatregelen effectief bijdragen tot het doel dat we voor ogen hebben, moeten we ook dit doel scherp blijven stellen. We lijken soms te vergeten dat het niet gaat om als individu te vermijden van ziek te worden of dood te gaan. Het doel is het vermijden van het met zijn allen tegelijk in het ziekenhuis terecht te komen en zo de zorgcapaciteit te overschrijden.

We vermijden momenteel hardnekkig om met zijn allen dood te gaan en dat is begrijpelijk. We moeten ons misschien ook steeds meer de vraag durven stellen of het leven voor een aantal van ons nog waardevol genoeg is om deze dood te willen vermijden.
We willen bewijzen dat we dit alles onder controle hebben als we maar hard genoeg ons best doen. Is dit zo?
Misschien moeten we durven aanvaarden dat onze controle beperkingen kent,
durven aanvaarden dat we ‘de strijd’ niet kunnen winnen op een manier die ons ideaal lijkt,
dat we er misschien zelfs helemaal niet in slagen te ‘winnen’. 
Wat niet wil zeggen dat we de handdoek in de ring gooien, 
wat niet wil zeggen dat we opgeven, 
wat niet wil zeggen dat het ons onverschillig laat.

Wel, dat we durven zoeken naar een manier om het virus in de armen te sluiten, om manieren te vinden van samenleven met elkaar, om onszelf af te vragen welke risico's we bereid zijn om te nemen.

15 januari 2021Comments are off for this post.

Ben ik een waardig psycholoog?

Inmiddels zijn er enkele dagen gepasseerd nadat het nieuws van Kaat Bollen ons bereikte.

Mijn eerste reactie was boosheid (http://dekruidtuin.be/2021/01/09/ik-ben-een-waardig-psycholoog-net-als-kaat/)

Emoties mogen er zijn, dat willen we ook aan onze cliënten meegeven. Dus ook die van een psycholoog 😉

Wat we onze cliënten ook willen meegeven, is dit:

Wanneer we ons verliezen in een emotie, is er even geen ruimte voor nuance. Het goede is, emoties komen en gaan, en wanneer de eerste heftigheid ervan opnieuw bekoeld is, kunnen we op zoek gaan.
Onze emoties zeggen ons iets over onze kwetsbaarheden en gevoeligheden, zeggen ons iets over onze leergeschiedenis.
We willen cliënten uitnodigen om, nadat ze opnieuw enige rust gevonden hebben, op zoek te gaan naar wat deze emoties ons willen vertellen, en welke behoeften van onszelf hieraan gekoppeld zijn.

Practice what you preach, dus ik ging zelf op onderzoek.
De voorbije dagen waren voor mij, maar blijkbaar ook voor heel wat anderen (voornamelijk vrouwen), een moment van heftige emotie doordat het nieuws ons klaarblijkelijk heel erg raakte.
Ik verklaar dit voor een deel doordat we als vrouw in onze leergeschiedenis helaas al vaker te maken kregen met grensoverschrijdend gedrag, al vaker te horen kregen wat we beter zouden dragen, wat beter niet, hoe we ons horen te gedragen, zeker wanneer het gaat over de expressie van vrouwelijkheid en seksualiteit. Wanneer we kijken naar de cijfers van Sensoa blijkt dat 53% van alle vrouwen tussen 18-80 te maken krijgt met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Onder andere deze feiten hebben een grote impact op de zelfexpressie van heel wat vrouwen.

Zoals ik reeds aanhaalde is het ten midden van zo'n emotie vaak moeilijk oog te hebben voor nuance. We gaan uit van veronderstellingen, baseren ons op onvolledige informatie, en staan klaar met onze oordelen ingegeven door onze leergeschiedenis. Ook ik viel hieraan ten prooi (want psychologen zijn ook mensen 😉 )
Ik merkte op dat ik op basis van de informatie die in de media verscheen conclusies trok, partijdig werd, zonder het volledige verhaal te kennen. Mijn verontwaardiging en boosheid waren groot, en namen het van me over.
Maar de waarheid is, het volledige verhaal kent niemand, want niemand was er bij, en zelfs degenen die er bij waren hebben een gekleurd beeld van die waarheid, door opnieuw hun eigen gevoeligheden en kwetsbaarheden.

Ik probeerde me hiervan bewust te worden, mijn emoties onder de loep te nemen, op zoek te gaan naar wat ze me willen zeggen, en wat ik bijgevolg nodig heb.
Het zijn de tools die we hebben als psycholoog voor de mensen die we begeleiden, én voor onszelf.
Dit proces is net wat ons doet leren en groeien.

Dus ik ging aan de slag, voerde discussies met collega's om andere meningen te horen, las de verschillende opinies die hier en daar verschenen, en verdiepte me de voorbije dagen nog eens in de deontologische code van ons beroep, alles om opnieuw nuance te kunnen zien.

Tijdens het lezen van de code, was ik me ervan bewust dat het lezen van deze code steeds een interpretatie is. Los daarvan, op basis van wat ik weet en lees, begrijp ik het volgende:

Het gaat er niet om hoe we ons presenteren of wat we dragen. 
Wel dat we ons hier als psycholoog voldoende bewust van zijn, dat we hier voldoende bij stilstaan en over nadenken, in onze psychologenstoel en daarnaast. Zolang we dat blijven doen, kan er (hoop ik) veel.

Als ik kijk naar de foto's die Kaat online post zouden deze voor mij persoonlijk oké zijn om te delen. Ik zou voor mezelf alvast heel wat redenen kunnen bedenken waarom het oké is dat deze worden gedeeld en potentieel zichtbaar zijn voor cliënten. Hoe ze wellicht zelfs een meerwaarde kunnen betekenen voor heel wat cliënten, omdat het beeld dat Kaat van zichzelf toont volledig in lijn ligt met een boodschap die we willen brengen naar cliënten, namelijk dat zelfexpressie belangrijk is, en dat ook vrouwelijkheid en seksualiteit stukken van onszelf zijn die er mogen zijn. Een boodschap, die wellicht gestaafd kan worden door heel wat wetenschappelijke evidentie en praktijkervaringen.
Maar ik ben Kaat niet.
Ik heb wel vertrouwen in mijn collega's, dus geloof graag dat Kaat, als psycholoog zijnde, zich deze vragen heeft gesteld, voldoende heeft nagedacht, en voor zichzelf kan verantwoorden waarom ze doet wat ze doet.
Tegelijk hoop ik ook dat de psychologencommissie de ruimte creëerde, om aan Kaat te vragen om dit te beargumenteren. Dat ze niet haar voorkomen of gedrag an sich veroordeelden, maar dat ze kunnen aantonen dat er een reden is om te stellen dat ze zich hier onvoldoende bewust van was.

Hoe dan ook, emoties zijn onze alarmbellen, en als deze afgaan is het niet slecht om even te gaan kijken of het brandt.

Stéphanie

9 januari 2021Comments are off for this post.

Ik ben een waardig psycholoog, net als Kaat

Deze post naar aanleiding van de uitspraak van de psychologencommissie over psychologe Kaat Bollen.
Ze kreeg een waarschuwing, omdat ze de titel van psycholoog niet 'waardig' was.
Reden: "reclame maken voor een pornofilm, het plaatsen van kunstzinnige naaktfoto's, burlesque show, een webshop met erotische artikelen en dergelijke meer."
---
Mijn mond viel open, bleef openvallen en kon even niet meer toe.
Ik voelde vandaag veel, heel veel.
Ik voelde verdriet, kwaadheid, maar vooral ongeloof.

Onze beroepscommissie zou de eerste moeten zijn om individuele verschillen te omarmen,
zou zich moeten bezig houden met de kwaliteit van ons werk,
en ons niet de les moeten spellen over hoe we ons zouden moeten kleden of wie we zouden moeten zijn.
Waar gaat dit naartoe?
Gaan we straks allemaal in uniform werken?
"Enkel therapeuten met een grijze wollen trui kunnen u kwaliteitsvolle hulp bieden"

Wij zijn psychologen,
Wij zijn toch net degenen die symbool staan voor alles wat afwijkt van de 'norm' (wat dat ook moge zijn),
Wij zijn toch net degenen die elke mens naar waarde schatten,
Wij zijn toch net degenen die verder kijken dan onze buitenkant,
Wij zijn toch degenen die op zoek gaan naar échte verbinding, ondanks al onze verschillen.

Waarom dit me zo raakt?
Omdat net dit raakt aan de kern van waarom ik doe wat ik doe.
Omdat de reden waarom ik psycholoog ben, er net om draait om verder te kijken dan hokjes, veralgemeningen, en stereotiepen.
Omdat ik het essentieel vind om mensen niet zomaar te veroordelen zonder het kennen van hun verhaal.

Het gedrag van Kaat zou het imago van de psychologen schaden. Als je het mij vraagt, schaadt dit nieuws het imago van de psychologen meer dan Kaat dit ooit zou kunnen doen. Dit nieuws zorgt ervoor dat onze beroepsgroep wordt gezien als een volkje waarbij het belangrijk is om in de juiste pas te lopen. Het creëert het idee van een psycholoog die boven cliënten staat, die hen hoort te zeggen hoe het wel moet, en vooral hoe zeker niet. Een psycholoog die vanop de troon wijst met een scepter en zegt "jullie zijn oké, en jullie niet; Om gehoord te worden, pas jullie aan zoals ik jullie beveel."

Er zullen uiteraard cliënten bestaan die zich minder comfortabel voelen bij een psycholoog waarvan ze een foto in lingerie online zagen. Net zoals er cliënten zijn die het zeer vervelend vinden dat ik kinderen heb, omdat dit voor hen een gevoelig thema kan zijn.

Maar nog erger, het schaadt onze cliënten, die we dagelijks zeggen dat het belangrijk is om zichzelf te kunnen zijn. Die we aanmoedigen om zichzelf te tonen, om sterk te staan, om zichzelf te waarderen. Die we net leren dat we allemaal mensen zijn, allemaal verschillend, maar allemaal waardevol in onze eigenheid. Hoe kunnen zij ons nog vertrouwen als dit is wie we zouden horen te zijn?

En begrijp me niet verkeerd, het is ongetwijfeld belangrijk dat we onze job goed doen. Die mag en moet geëvalueerd en bijgestuurd worden indien nodig. Want er gebeuren op dat vlak zeker nog veel 'onwaardige' praktijken.

Maar, als ik een bikini draag,
als ik kinderen heb of er net bewust voor kies er geen te hebben,
als mijn hobby paaldansen is of schaken,
als ik elke ochtend op pantoffels aan de schoolpoort sta of in een korte rok,
als ik beslis om 2 partners te hebben in plaats van 1,
als ik mijn oksels scheer,
als ik hou van chocola, kaas, of goeie seks,
als ik ervan houd om foto's waarover ik me goed voel online te gooien,
als ik ervoor kies om verdorie mijn haar te verven in bruin, blond, of roos met groene bollen,

dan ben ik niet minder waardig als psycholoog, als vrouw, als moeder, als dochter, of vriendin.
Dan heb ik voorkeuren en interesses, de ene al meer sociaal aanvaard dan de andere.
Dan ben ik mens.
Dan ben ik wie mijn cliënten net zo hard nodig hebben om te zien dat het oké is om te mogen zijn wie ze zijn.

Wij zijn allemaal mens,
Wij zijn allemaal mens'waardig'
en als dit 'mens zijn' zou ingaan tegen de waardigheid van onze titel,
raken we aan onze kern,
dan blijft er niets meer over.

#ikbeneenwaardigpsycholoog #ikbenwaardig #istandwithkaat

---

Aanvulling:
Ik hoorde de voorbije dagen heel wat stemmen die opperen dat het verhaal wellicht complexer en genuanceerder is, dat er verschillende kanten zijn, dat die kanten allen dienen gehoord te worden. Daar ben ik het uiteraard mee eens. Daarom, hopelijk, kan dit nieuws zorgen voor een open gesprek met de psychologencommissie waarin de deontologie en waardigheid van ons beroep meer helder worden. Zo kunnen we als psycholoog beter beslissen of het voor ons als persoon haalbaar is te werken binnen deze grenzen.

Zoals het nieuws ons nu bereikt, lijkt het voor mij (en blijkbaar heel wat anderen) alsof een ouderfiguur, wiens waarden en normen (hopelijk) overeenstemmen met de waarden die we als kern van ons beroep zien, plots grenzen stelt die hiermee niet in overeenstemming zijn. Niet met de kern van ons beroep, niet met het huidige maatschappelijke kader. Het gevolg in dit geval zijn onvermijdelijk opstandige boze pubers.
Het zou onze ‘ouder’ sieren, het zou in lijn liggen van wat psychologen zouden doen, om te luisteren naar ons, ‘de pubers’, om ons te horen op een manier waarop we het gevoel hebben gehoord te worden, om samen te exploreren van waar onze boosheid komt, en om te bekijken hoe we op een constructieve manier verder kunnen. Net zoals in een gebalanceerde opvoeding zijn grenzen en afspraken ontegensprekelijk noodzakelijk. Hopelijk kiest onze 'ouder' niet voor een autoritaire opvoedingsstijl, en kunnen deze afspraken door middel van dialoog transparant en duidelijk worden.

En stel, zoals de psychologencommissie aangeeft, dat het helemaal niet zou gaan over vrouwelijkheid, seksualiteit, het wel of niet dragen van bepaalde kledingstukken, heeft het toch alvast opgeleverd dat de voorbije dagen heel wat vrouwen deze delen van hun persoon iets meer omarmden, en dat is alleen maar mooi. 😉

Stéphanie

6 november 2020Comments are off for this post.

Vermageren als coronamaatregel, zo simpel kan het zijn.

Hoewel prof. T'Sjoen in het recent artikel kort aanhaalt dat obesitas een complex probleem is, slaagt de media er toch maar weer in om met de oordelende vinger te wijzen naar iedereen met overgewicht en obesitas.

Ik begeleid heel wat mensen met overgewicht/obesitas,
en even serieus, denken we nu echt dat er één iemand is die denkt: "Ik heb overgewicht, joepie, dit is wat ik altijd wou." Denken we dan echt dat er mensen zijn die niet weten dat er mogelijks gezondheidsrisico's verbonden zijn aan een te hoog gewicht?
Geloof mij, als je toch nog zou twijfelen, dit is niet het geval.

Het is misschien een goed bedoelde boodschap, ééntje die in het beste geval vertrekt vanuit een bezorgdheid voor elkaar.
Maar ook eentje die zijn doel volledig voorbijgaat. Het effect van deze boodschap helpt namelijk niemand vooruit.

Voor zij die niet worstelen met eten of gewicht, bevestigen deze berichten enkel het stigma. Ze vergroten het onbegrip voor mensen met overgewicht. "Waarom zouden ze niet gewoon wat minder eten? Als ze straks op intensive care belanden is het hun eigen schuld."

De zwaardere medemens ervaart angst, boosheid, voelt zich onbegrepen, voelt zich bovendien alwéér gefaald. Falen, omdat ze nog maar eens te horen krijgen dat ze niet genoeg hun best doen. Dat het hun eigen verantwoordelijkheid is, dat de oplossing makkelijk is, namelijk:
Gewoon, vermageren.
Gewoon, een beetje minder eten.
Zo simpel kan het zijn.
Toch?

Zo simpel is het helaas niet.
Er is niks simpel aan.
Als dat wel zo was, waren de obesitascijfers niet wat ze vandaag zijn.
Waarom ligt de focus toch steeds weer op wat we best wel/niet eten, op hoeveel we eten, op ons gewicht.
Waarom vermijden we om te kijken naar het waarom? Hoe komt het dat er niet meer aandacht is voor de oorzaak van het probleem, voor de functies van ons eetgedrag.

Obesitas is het symptoom, het gevolg, het topje van een ijsberg.
Een massieve ijsberg van sociale ongelijkheid, stress, eenzaamheid, trauma, discriminatie, stigma, en een dieetindustrie met veelbelovende quick fixes met destructieve jojo-effecten tot gevolg. Dit alles bovendien in interactie met een omgeving van overvloed, en een lichaam dat evolutionair gezien ook nog eens alles behalve gemaakt is om gewicht te verliezen.

Eten is voor heel wat mensen een copingstrategie om om te gaan met uitdagingen en tegenslagen in hun leven. Waar de ene zich kan verliezen in zijn werk of sport, zich af en toe verdooft door een glas wijn achterover te slaan of een avondje te bingewatchen, verliezen anderen zich in eten. We eten bij verdriet, bij frustratie, bij teleurstelling, uit verveling, uit onmacht, eten geeft ons troost.
Laat 2020 nu nét een jaar zijn met heel wat uitdagingen. Voor veel mensen is het dit jaar alleen maar nóg moeilijker om een goede relatie met eten te blijven behouden. Hoe graag ze ook willen, het lukt hen soms gewoonweg niet.

Zolang er niet meer zorg en begrip komt,
Zolang we elkaar blijven veroordelen over hoe we eruit zien, in plaats van eens oprecht te vragen hoe het gaat,
Zolang er niet meer geïnvesteerd wordt in de mentale component van gezondheid,
Zolang mensen niet de hulp en ondersteuning krijgen die ze écht nodig hebben,
Zolang er niet meer aandacht komt voor de oorzakelijke en instandhoudende factoren,
zal er niets veranderen.
En dat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Wij zijn allemaal een stukje van die ijsberg.

Stéphanie

13 april 2020Comments are off for this post.

Contradictio in terminus: De essentiële vrijwillige psycholoog

In het journaal hoor ik dat medisch personeel uit ziekenhuizen wordt ingezet om versterking te bieden in de woonzorgcentra. Top!
In ditzelfde bericht wordt er benadrukt dat er weinig middelen zijn. Kort wordt er ook even vermeld dat psychologen gratis hun diensten aanbieden in diezelfde woonzorgcentra om bij te springen waar nodig. Dit maakt me kwaad. 
In tijden waarin het plots lukt om heel wat sectoren een stevige corona-premie te geven, waarin er zelfs wordt nagedacht over waardebonnen voor tweedeverblijvers, is het blijkbaar niet mogelijk om de psychologen gewoon nog maar te betalen voor hun diensten. 

Plots vinden we ons als psychologen terug op de lijst van essentiële zorgberoepen.
Plots vinden we een erkenning door het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid in onze mailbox.
Plots verschijnen er in de media dagelijks berichten over de mentale impact van deze pandemie.
Maar nog steeds lukt het de overheid blijkbaar niet om ons beroep ook financieel naar waarde te schatten en te erkennen. Nog steeds wordt er gerekend op onze goodwill en op het vrijwillig en kosteloos inzetten van onze diensten. 

Geen woord van kritiek voor de psychologen die zich vrijwillig inzetten. Wat ze doen is erg mooi.
Dit is wie we als hulpverlener in onze kern allemaal zijn.
We willen helpen, we willen zorgen, daar ligt ons hart, dat is de reden waarom we kozen voor dit beroep.
Toch voelt het wrang. Meer en meer krijg ik het gevoel dat er misbruik wordt gemaakt van het feit dat wij blijven zorgen. Het lijkt of men weet dat we zullen doorgaan, dat men weet dat we vaak meer zorgen voor anderen dan voor onszelf, en dat men er zelfs op rekent dat we vrijwillig blijven inspringen waar nodig.
Vrijwilligerswerk en solidariteit zijn mooi, maar naar mijn mening pas mogelijk als er daaronder een basis ligt van waaruit men kan vertrekken. Die basis ontbreekt.

Nog steeds moeten we ons regelmatig verdedigen. Niet zelden moeten we anderen er ook vandaag nog van overtuigen dat we niet 'gewoon wat luisteren en praten'. Wist je dat een psycholoog, net zoals een arts, verpleegkundige, leerkracht, of bakker, ook een degelijke opleiding volgde? De meesten van ons volgden na een academische basisopleiding van 5 jaar, een bijkomende specialisatieopleiding van nog eens minimum 3 jaar. Na minstens 8 jaar studeren doen we heus wel meer dan enkel luisteren en praten.
Het praten en luisteren helpt ons om op basis van wetenschappelijke inzichten en onze praktijkervaringen, te zoeken naar wat de ander precies nodig heeft. In overleg komen we tot onderbouwde inzichten die helpend kunnen zijn, en we zoeken als psycholoog naar manieren om deze zo goed mogelijk over te brengen. We oefenen samen met de ander vaardigheden en technieken die kunnen helpen om met de klachten om te gaan. 
Verder gaan we naast onze gesprekken voortdurend op zoek naar wetenschappelijke informatie, structureren we de informatie, maken we analyses, stellen we behandelplannen op, en blijven we ons regelmatig bijscholen door het volgen van studiedagen en workshops. We organiseren structureel overleg met collega's om ons werk in vraag te blijven stellen en om onszelf te blijven uitdagen.
En elk moment waarop we geconfronteerd worden met iets dat ons doet denken aan onze gesprekken, aan onze behandelingen, en aan de personen die we ondersteunen, zijn we met ons hoofd en hart bij hen.
En dat alles doen we,
elke dag,
zéér graag, 
met liefde, zorg, en toewijding.

Als we worden erkend als essentieel zorgberoep, als men ervan overtuigd is dat deze pandemie een weerslag heeft en zal hebben op de mentale gezondheid van ieder van ons, waarom voel ik me dan toch genoodzaakt om dit alles op te lijsten? Waarom voel ik dan nog steeds dat ik me moet verantwoorden over waarom men ons wél serieus moet nemen?
Als mijn schoonzus, die geen psycholoog maar huisarts is, haar mond eveneens openvalt over het feit dat we ook nu overal gratis worden ingezet, dan lijkt er misschien toch ergens iets niet helemaal te kloppen.

15 maart 2020Comments are off for this post.

Covid-19: Omgaan met angst & paniek

Loop niet weg van je angst.
Sta stil bij wat jou precies angstig maakt.
Sta stil bij wat je denkt, voelt, doet.
Je angst proberen te onderdrukken, maakt hem vaak net groter.

Angst activeert ons adrenalinesysteem. Dit kan voor lichamelijke reacties zorgen zoals zweten, hartkloppingen, en een snellere ademhaling. Deze sensaties lijken op ziektesymptomen.
Wees niet te snel met denken dat het om ziektesymptomen gaat, dit zorgt enkel voor meer angst en paniek, en zal de stressreacties doen toenemen.

Sta stil bij je gedachten.
Is wat je denkt de realiteit
of gaat het om een gekleurde interpretatie van de werkelijkheid?

Baseer je op feiten. Raadpleeg betrouwbare bronnen. Laat je gedachten, gevoel en gedrag niet leiden door meningen, fake news, of angstige gedachten van anderen.

Beperk de vloedgolf aan informatie. Leg je smartphone regelmatig aan de kant, lees niet elk artikel of nieuwsbericht. Focus op het noodzakelijke.

Je hebt er geen controle over of jij, of iemand in jouw omgeving, ziek wordt. Je hebt geen controle over de verdere impact van het virus. Focus op de zaken waarover je wél controle hebt:
- regelmatig handen wassen
- contact beperken en afstand bewaren
- geen handen geven
...

Stel geen overbodig veiligheidsgedrag! Als mens willen we ons graag behoeden van elk risico. Hierdoor gaan we soms irrationeel of niet helpend gedrag stellen. Zo heeft het bijvoorbeeld vandaag geen zin om een grote voorraad voedsel in te slaan, of heeft het geen meerwaarde een mondmasker te dragen als je zelf niet ziek bent. Hou je aan de richtlijnen, die zijn voldoende.

DOE!
Het lijkt alsof de wereld even stilstaat, maar zorg ervoor dat JOUW wereld niet stilstaat. Breng structuur en routine in je dag. Ga op zoek naar ontspannende, interessante, waardevolle, of rustgevende activiteiten. Lees, zing, dans, speel, knutsel, geniet, bel, kijk, luister,...
Zorg voor jezelf.

Blijf verbinden. Ook al beperken we best elk fysiek contact, laat dit ons niet tegenhouden om contact te blijven maken. De technologie is er. Gebruik het, omarm het.  Bel, sms, whatsapp, skype met de mensen rondom je.
Inspireer elkaar, help elkaar, steun elkaar. Ook wanneer je voelt dat angst en paniek het van je overnemen: Wacht niet, zoek tijdig steun en hulp!

22 maart 2019Comments are off for this post.

Alles of niets

Alles volledig onder controle of alle remmen los.
Je loopt een marathon of je loopt niet. Je eet nooit meer suiker, of 3 koffiekoeken na elkaar.
Waarom zijn onze nieuwjaarsvoornemens steeds weer: Volledig stoppen met chocolade, en moeten we dit jaar wéér minstens 3x/week naar de fitness. Alle grijstinten overboord.

Innerlijke rebel
Onze innerlijke rebel wil enkel maar meer chocolade als dat eigenlijk niet mag. Waarom leggen we onszelf dan toch telkens opnieuw zo'n strikte regels op? En waarom zijn we toch steeds weer verbaasd als het ons niet lukt deze na te leven?
Alles, een gevolg van niets. Alles, moeilijk vol te houden, enkel niets evenzeer.

Om zeep
Het is nu toch om zeep, wat maakt het nu nog uit.
En dus: alle remmen los. In de literatuur omschreven als het ‘what-the-hell-effect’. Reeds in 1975 werd aangetoond dat personen die op dieet waren, na het drinken van een milkshake, veel meer ijs consumeerden dan personen die geen restrictieve (di)eetregels hanteerden. 44 jaar later, en nog steeds proberen we onszelf restricties op te leggen, proberen we om de touwtjes zo strak mogelijk in handen te nemen om ons doel te bereiken. En als het ons niet lukt: nog meer restricties, nog meer regels, nu gaan we het beter doen, nog strenger.
Vicieuze cirkel, here I come.

Strenge ouders
Wat betreft de opvoeding van onze kinderen is er reeds enige consensus: een strikt autoritaire opvoedingsstijl is niet degene die de meeste ouders willen nastreven. Waarom zouden we dit dan wel willen voor onszelf?
Wat als we koffiekoeken zouden eten als we hier eens een keer zin in hebben, als we chocolade niet als een verboden vrucht zouden zien, en als het oké is om deze week een rondje te willen joggen, en volgende week weer even niet.

Waarom
Leren luisteren naar wat ons lichaam en wat wij als persoon écht graag willen, een goed plan!
Vraag jezelf af: Wat is de bedoeling? Waarom eet ik (niet)? Waarom lig ik in de zetel? Is dat hetgene wat ik nodig heb? Of hongert ons lichaam, onze persoon naar iets anders? Wat wil ik écht? Wat brengt me dichter bij wie ik graag wil zijn?

Eng
We hebben schrik, dat als we de controle zouden lossen, het uit de hand zou lopen.
Net zoals bij de opvoeding van onze kinderen, is loslaten best eng en moeilijk. Maar ook daar gaan we op zoek naar een evenwicht tussen het stellen van realistische grenzen, en ruimte om fouten te mogen maken. Ook daar is er het besef dat het stellen van méér grenzen, niet noodzakelijk tot meer gehoorzaamheid leidt. We proberen om naast streng, vooral ook lief en begripvol te zijn. We durven erop vertrouwen dat niet enkel grenzen, straf, en restricties, maar vooral ook geduld, aanvaarding, en autonomie de zaken zijn die hen zullen doen groeien tot wie ze willen worden.
Waarom geldt dat plots niet meer voor ons?

7 maart 2019Comments are off for this post.

Er was eens…

Omdat het leven niet enkel prins, kasteel, en lang en gelukkig is.

De laatste maanden verliepen niet zo vlot voor Otto.
Zijn relatie liep stuk, zijn grootvader kwam te overlijden, één van zijn kinderen was regelmatig ziek,
en daarbovenop ging hij door een erg stressvolle periode op zijn werk.
Hij werd neerslachtig.
Er ontstond een grijze regenwolk boven zijn hoofd.
Hij had nergens nog zin in.
Het enige waarin hij zin had, was zijn bed.

Hij volgde zijn gevoel en gedachten, en kroop in zijn bed.
Er veranderde weinig aan zijn 'ervaringenwolk'.
Zelfs na een hele tijd in bed, voelde hij zich niet beter,
de grijze wolk was er nog steeds.

 

Meer nog, hij kwam in een cirkel terecht,
en de stap om uit zijn bed te komen,
werd moeilijker en moeilijker.

 

Moedig besloot Otto om iets anders te proberen.
Ondanks zijn neerslachtig gevoel en negatieve gedachten,
besliste hij om toch de dingen te doen die hij voordien altijd prettig had gevonden.
Zo maakte hij voorzichtig een boswandeling, vond hij wat ontspanning tijdens het nemen van een bad,
sprak hij af met enkele goede vrienden, en stapte hij zelfs even op zijn fiets.
Wat de voorbije maanden gebeurd was, spookte uiteraard nog vaak door zijn hoofd,
maar door enkele fijne ervaringen, lukte het hem soms al iets beter om dit alles te dragen.

 

Ondanks dat dit hem wel hielp, bleef het erg moeilijk.
Op dagen dat hij zich goed voelde, deed hij automatisch meer dingen die hem voldoening gaven.
Op de dagen dat de regenwolk weer kwam aanzetten, was het potverdikke moeilijk,
om toch de kracht en energie te blijven vinden om er op uit te trekken.

 

Langzaam kwamen er steeds meer regendagen.
Het werd steeds moeilijker om niet in bed te blijven.
De wereld zag er ten slotte ook maar grauw uit in de regen,
Het enige wat hij nog kon zien door zijn donkere bril was: regen.
waarom zou hij nog opstaan?

 

Omdat hij wilde dat er iets veranderde, zocht hij hulp bij een psycholoog.
Ze ontdekten samen dat het zelden de héle dag regende boven zijn hoofd.
Het lukte hem om meer aandacht te hebben voor een straaltje zon dat af en toe doorbrak.
Ze stonden erbij stil hoe dat hij opnieuw meer afstand kon nemen van wat hij dacht en voelde,
want gedachten zijn slechts gedachten,
niet meer, niet minder.
Door zijn donkere bril nu en dan af te zetten, kon hij de dingen ook eens op een andere manier bekijken.
Zo leerde hij genieten van de geur in het bos, ook al regende het.
Ze bekeken of ze de regenbuien soms konden voorspellen.
Zo kon Otto goed voor zichzelf zorgen,
en misschien zelfs tijdig een regenjas aantrekken, wanneer hij voelde dat er opnieuw veel regen op komst was.

 

Samen met zijn psycholoog ging Otto op pad.
Het was geen makkelijke weg, het regende nog regelmatig,
hij kwam nog vaker moeilijkheden en uitdagingen tegen,
maar af en toe scheen de zon, af en toe kon hij genieten van het mooie uitzicht, 
mét of zonder regen,
en af en toe kon hij trots achter zich kijken naar de weg die hij reeds bewandelde.

Na een tijd voelde Otto dat hij alleen verder kon.
Hij wist dat het nog regelmatig zou regenen,
 maar hij kon opnieuw vertrouwen.
Hij vertrouwde dat de zon zich zou blijven laten zien,
soms aan een heldere hemel, soms verstopt achter een wolk.
Hij vertrouwde erop dat hij wel weer zou opdrogen na een serieuze regenbui.
Hij vertrouwde erop dat hij wist wat hem kon helpen om zich extra te beschermen tegen de regen.
En hij vertrouwde erop dat wanneer hij het vertrouwen even verloor,
hij er niet alleen voor stond.
 Op die momenten kon hij altijd opnieuw aankloppen bij zijn psycholoog
om even een stukje met hem mee te wandelen.

25 februari 2019Comments are off for this post.

Vertrouwen in je klachten, een goed idee?

Ik las onlangs dit artikel:

vertrouw je burn out maar, het weet waar het mee bezig is - Jentien Keijzer, psycholoog

en voelde de behoefte hier toch enige nuance aan toe te voegen:

Rechte lijn?
Luisteren naar je lichaam en tijd nemen zijn essentieel. Maar het is wat kort door de bocht te geloven dat deze weg bij iedereen in één rechte lijn van burn-out naar herstel verloopt. Het zijn net bepaalde opvattingen, ideeën, persoonlijkheidstrekken of geprefereerde copingstijlen die ervoor zorgen dat men herhaaldelijk in zelfde patronen valt.

De rol van psychotherapie
Psychotherapie kan net helpen deze patronen in kaart te brengen en samen op zoek te gaan naar hoe men in de toekomst de zaken anders kan aanpakken en/of er anders naar kan kijken.

Batterijtjes
Ik begrijp het ridiculiseren van batterijen, lijstjes, en energiebalansen wanneer deze niet ingebed zijn in een ruimer begeleidingskader. Deze kunnen echter voor een aantal personen wél een goed hulpmiddel zijn om stil te staan bij zichzelf, om na te denken over alternatieve copingstrategieëen, om naar terug te grijpen wanneer ze merken dat ze in bepaalde patronen hervallen.
Want hoewel we moeten vertrouwen op onszelf, stellen we nu eenmaal soms gedrag dat we liever niet stellen en vermijden we wel eens zaken die we liever wel zouden doen. Hier inzicht in verwerven is een belangrijke voorwaarde tot verandering.

Werkhervatting
Uiteraard, is het als hulpverlener belangrijk steeds samen op zoek te gaan naar wat werkt voor de specifieke persoon met wie je samenwerkt, tegelijk is het ook belangrijk de wetenschappelijke inzichten wat betreft burn-out niet zomaar over boord te gooien. In een aantal situaties leidt het uitstellen van werkhervatting net tot een verder afglijden richting depressie of chronische klachten. Hier waakzaam voor zijn is minstens even belangrijk.

Maatschappelijk probleem?
Het valt moeilijk tegen te spreken dat er mechanismen in de maatschappij spelen die ervoor zorgen dat steeds meer mensen met deze klachten worstelen. Net zoals we gedragsverandering niet op één twee drie in onze vingers hebben, zo ook is een maatschappij geen woonkamer die je op één dag een andere kleur geeft.
We kunnen dus maar beter op zoek naar hoe wij ons als individu ten opzichte van deze maatschappij willen verhouden. Ten slotte zijn wij die maatschappij, ten slotte brengen wij zo verandering.

19 oktober 2018Comments are off for this post.

Ook maar mensen #3: Schaamte

Ik hoor het voortdurend bij de personen die ik ondersteun in hun herstel: Er is schaamte. Deze schaamte maakt het vaak moeilijk om de zaken te doen waarvan we weten dat ze belangrijk zijn om te kunnen groeien.

Er zijn redenen genoeg om zaken voor jezelf te houden, maar wanneer de reden schaamte is, voelt dit toch vooral vervelend en beperkend.

Ook maar mensen
Als therapeut motiveren we cliënten om zich niet te laten leiden door schaamte en onzekerheid. We leren ze met mildheid kijken naar hun aangename en minder aangename kanten. Mooi toch? Het lijkt een makkie, gooi maar overboord die schaamte, niet helpend.

Ik ben dankbaar, hoe ik, dit alles wetende als therapeut, toch ook zelf (want ja hoor, 'ook maar mensen’) deze hardnekkige schaamte heb mogen ervaren. Hoe ik heb mogen ervaren hoe sterk dit gevoel kan zijn. Hoe je weet dat het helpend zou zijn je niet te laten leiden door dit gevoel, en het toch geen evidentie is om dit ook echt te doen.
En we horen het graag, dat het taboe op psychische problemen stilaan verdwijnt. De praktijk leerde me helaas iets anders.

Ik denk dus ik schaam
Ik herstelde zelf van een eetstoornis. Niet op 1-2-3, en niet zonder vallen en weer opstaan. Maar het moeilijkste was misschien wel het feit dat het nog jaren duurde vooraleer ik erin slaagde de schaamte hierover te overwinnen. Je zou denken, als er één plaats is waar er geen taboe heerst, is het toch wel daar, psychologen onder elkaar. Was het maar zo. Vooroordelen zijn er overal.
En geloof me, het voelt nogal verwrongen: Enerzijds voorvechter willen zijn in het doorbreken van het taboe op psychische problemen, anderzijds de lippen stijf willen houden door schaamte, angst en onzekerheid over eigen kwetsbaarheden.

- Een psycholoog die zelf te maken kreeg met een psychisch probleem, is die wel in staat zijn job te doen? - Deel ik dit best wel of beter toch maar niet tijdens een sollicitatiegesprek? - Vinden cliënten me een incompetente therapeut wanneer ze dit weten? - Zullen andere hulpverleners nog wel cliënten verwijzen? - Gaan mensen wel geloven dat ik hersteld ben? - Gaan ze nu focussen op mijn eetgedrag, op hoe ik eruitzie, en daarover oordelen? - Gaan ze me enkel nog zien als 'het probleem’? - Kan ik wel mensen begeleiden die worstelen met soortgelijke problemen? - Zijn het niet net mijn blinde vlekken die me overtuigen dat ik hiervoor wél de competenties heb? - Kan ik wel genoeg afstand nemen? - Voldoende objectief zijn? - Kan ik nog wel een goede hulpverlener zijn? …

Hierboven alvast een greep uit het onuitputtelijke aanbod aan vragen en onzekerheden geproduceerd door mijn grijze massa. Eén voor één prachtexemplaren die gracieus hielpen de schaamte in stand te houden.

Het zou uiteraard in mijn nadeel pleiten, moest ik me deze vragen niet stellen. Zelfreflectie binnen ons beroep: essentieel.

Even essentieel? - Het goede voorbeeld geven.
Hoe kunnen we verwachten van cliënten dat ze hun kwetsbaarheid tonen, als we onszelf groot en sterk willen houden?

Bekentenissen
Ik verbaas me nog steeds wanneer ik bij collega's, vrienden, familie eigen kwetsbaarheden deel. Steeds opnieuw leidt dit tot onverwachte, voorzichtige, en vaak zeer herkenbare 'bekentenissen' van de ander. Ik zeg bekentenissen, want zo voelt het. Alsof die ander opgelucht is. Opgelucht, dat er eindelijk ruimte is om deze 'schaamtelijke' kant te mogen en kunnen opbiechten. Maar waar schamen we ons toch voor?
Hoe komt het toch,
dat pas wanneer je zelf toegeeft bang te zijn, je hoort dat de ander zich ook wel eens angstig voelt;
dat pas wanneer je vertelt dat het jou even te veel is, de ander toegeeft ook wel eens een potje te janken in zijn zetel;
dat de ander pas durft spreken over zijn bezoek aan de psycholoog, nadat je zelf aangeeft hoezeer het jou geholpen heeft.
We worstelen allen met gelijkaardige, menselijke thema's en uitdagingen. We slagen er vreemd genoeg in om ze voor onszelf te categoriseren als abnormaal en schaamtelijk.

Daarom zie ik het als onze taak,
als psycholoog,
als ijveraar voor het doorbreken van het taboe op geestelijke gezondheid,
als mens,
om niet enkel onze cliënten te motiveren, maar om alvast zelf de moed te hebben om (ondanks onze persoonlijke lijst aan vragen en onzekerheden), te durven, te delen, op die momenten dat het er toe doet. Om te normaliseren. Want iedereen worstelt, elk op een eigen manier, soms meer, soms minder.
Ik wil er voor strijden dat schaamte niet hetgene is dat ons tegenhoudt om vérder te gaan.

En als we ons dan toch graag willen schamen, moeten we dat misschien doen voor het feit dat we er nog steeds niet in geslaagd zijn om het taboe te doorbreken. Dat het ons nog steeds maar moeizaam lukt om eindelijk eens gewoon normaal te doen over psychische problemen.